MIJN SCHOOLTIJD, MIJN EERSTE SCHREDEN IN MIJN BEROEP

in gala
Wij in Gala

Ik ben geboren op 25 februari 1935 te Aarle-Rixtel in het huis gelegen aan de Kanaaldijk NO (deze straat langs de Zuid Willemsvaart lag in die tijd in Aarle-Rixtel sinds de grensverlegging in 1947 behoort deze straat dan tot Helmond. Toen ik iets meer dan één jaar oud was verhuisden we naar de Jan Stevensstraat in Helmond. De verhuizing op zich kan ik me niet meer herinneren, wel dat ik toen tijdelijk onderdak kreeg bij een tante (zuster van mijn moeder) in de Marterstraat in Helmond.

In de Jan Stevensstraat groeide ik op, bezocht daar de kleuterschool bij zuster Amarilla en ging daarna naar de lagere school (St. Jozefschool) aan de Tolpoststraat (nu Pastoor van Leeuwenstraat) ook in Helmond. De onderwijzer in de eerste klas was mister (Toon) Kortooms. Met deze Toon Kortooms ben ik blijven schrijven (kerst en nieuwjaar kaarten en met verjaardagen) tot aan zijn dood (16 februari 1999). Hij was later verbonden aan als journalist bij het Dagblad Oost-Brabant en had daarin een stripverhaal van 'Faaske en de Peelreuzen', dat verhaal had hij in zijn onderwijzerstijd al verteld op zaterdagmorgen in de twee laatste uren, voordat het weekeinde begon.

Deze Toon Kortooms was vanaf 1953 redacteur bij diverse weekbladen, onder andere Panorama. In 1946 trouwde Toon Kortooms met Mijke (Mie) Arts. Ze kregen twee kinderen: Rosemarie en Ingrid, die later redactrice werd bij Weekend. In 1954 verhuisde Kortooms met zijn gezin naar Bloemendaal. Hij werd in 1985 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Van zijn boek Beekman en Beekman werden volgens zijn uitgeverij Gottmer meer dan twee miljoen exemplaren verkocht. Dat maakt het boek tot de bestverkochte roman in Nederland ooit. Het boek 'Help! De dokter verzuipt' stond mede dankzij de verfilming van het boek anderhalf jaar lang als nummer 1 op de bestsellerlijst.  Kortooms' romans speelden zich vooral af in de Brabantse Peel en zijn vaak gebaseerd op eigen ervaringen. Boeken van Toon Kortooms zijn onder meer vertaald in het Frans, Duits, Portugees en Tsjechisch. Op zijn 75e verjaardag, in 1991, werd in zijn geboorteplaats Deurne voor de Openbare Bibliotheek aan de Harmoniestraat een bronzen buste van Kortooms onthuld, vervaardigd door Jos Reniers. Het opschrift luidt: Toon Kortooms schrijver - In zijn boeken is de Peel vereeuwigd. Kortooms overleed op 82-jarige leeftijd in zijn woonplaats Bloemendaal. Hij werd op donderdag 11 februari 1999 overeenkomstig zijn laatste wil begraven op de begraafplaats van Griendtsveen in de Peel, waar zijn ouderlijk huis stond (bij deze plechtige kerkdienst en begrafenis was ik met echtgenote uitgenodigd). Ook zijn broer Walter ligt hier begraven. Op 28 december 2009 werd in Deurne het Toon Kortooms Park geopend. Dit park omvat een museum, theetuin en een blotevoeten pad. De openingshandeling werd verricht door Mia Kortooms-Arts, de weduwe van Kortooms (ook bij de opening van dit park waren wij uitgenodigd).

Daarna verhuisden we naar de Bakelsedijk. Intussen had ik de lagere school achter me en ging naar de HBS, het Carolus Borromeus College. Langer dan 3 jaren heb ik het daar niet volgehouden, liever lui dan moe in die tijd. Dus toen maar naar de Ambachtsschool om elektromonteur te leren, binnen 2 jaar slaagde ik daarvoor en had intussen mijn hulp-monteur en monteurs en zelfs mijn installateurs diploma's VEV (Vereniging van Elektrotechnisch Vakonderwijs) behaald. Op de MTS in Eindhoven ging ik nog naar de MTS voor de opleiding voor de toegang tot het middelbaar technisch onderwijs voor overwegend praktisch opgeleiden, voor deze 2-jarige opleiding slaagde ik al na 1 jaar met geweldige cijfers. In die tijd heb ik gewerkt als elektromonteur en elektrotechnisch tekenaar Bij de Wit's textielindustrie, Technisch bureau Goedhart en de ARTEX in Aarle-Rixtel. In die tijd ging ik naar de avondopleiding aan de MTS om te studeren voor elektrotechnicus.

Riek in 1953
Riek in 1954

Naast kameraden ging ik toch al een beetje op vrijers pad en dat werd echt serieus toen ik Rieky van der Heijden leerde kennen. In 1953 werd ik, na bij de dienstplichtkeuring en te zijn goedgekeurd voor alle diensten, opgeroepen voor de militaire dienst bij de verbindingstroepen, Landmacht. Omdat ik een hekel had aan dat groene (dennenbomen kleur) uniform wilde ik liever bij de Luchtmacht met de blauwe uniformen (hemelsblauw). Voordat ik op moest opkomen trof ik een oude klasgenoot van de lagere school in luchtmacht uniform. Hij vertelde dat dit zeer makkelijk was, je solliciteerde voor beroepsmilitair en als je dat niet wilde kon je na 9 maanden het contract opzeggen. Je kreeg dan het eerste jaar gewoon salaris (i.p.v. ƒ 1,00 per dag) en na je ontslag bleef je gewoon bij de Luchtmacht. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Op 1 februari 1955 moest ik opkomen in Eibergen op Kamp Holterbroek. Daar was al bekend dat ik per 1 maart over zou gaan naar de Luchtmacht, maar kreeg ik toch het door mij gehate uniform en werd gezien als landmacht rekruut. Op 28 februari kreeg ik een dienstreis naar Nijmegen om mij te melden in de Snijderskazerne als beroepssoldaat. Daar werd ik in een luchtmacht uniform gehesen om vervolgens weer een dienstreis te ondernemen naar Eibergen om uit te boeken bij de verbindingstroepen. Wat liep ik er verwaand bij. Toen weer terug naar de Snijderskazerne alwaar mijn opleiding begon tot geoefend soldaat. Intussen kwam ik maar weinig thuis omdat ik de eerste 3 weken in Eibergen als rekruut en vanaf een maart ook nog eens 3 weken op de Snijderskazerne. Intussen was de verkering wat steviger geworden en kraag ik voor niets naast mijn eigen familie een schoonfamilie. Zie voor mijn verdere geschiedenis het hoofdstuk ' MIJN HUWELIJK EN KINDEREN, MIJN TIJD BIJ DE LUCHTMACHT EN NAMSA ’.